Ga verder naar de inhoud

Duik in het verhaal van deze school voor algemeen secundair onderwijs

De Centrumschool is een school voor secundair onderwijs met leerlingen die voornamelijk doorstromen naar de hogeschool of universiteit. De leerlingen leren in het domein van humane wetenschappen en talen. We leren Marleen en Maryam kennen, de taalbeleidscoördinatoren van de school.

Communiceer en engageer

Marleen springt in op een nood die de leraren zelf aangeven. Ze betrekt hen van in het begin bij het proces.

In de leraarskamer van de Centrumschool komt Marleen een koffie drinken. Ze hoort collega Peter (leraar geschiedenis) zijn beklag doen: “De verhandelingen van de leerlingen zijn dit jaar heel slecht. Kijk nu toch, Marleen! Ze kunnen nog geen zin schrijven.” Marleen bekijkt de werkstukken die vol rode strepen staan. Sommige stukken zijn bovendien maar een halve bladzijde lang. Ze grijpt haar kans en vraagt in de groep of er nog meer leraren zijn die de indruk hebben dat de schrijfvaardigheid van de leerlingen achteruit gaat. Jazeker, Peter staat niet alleen. Marleen belooft zich eens over het probleem te buigen en op de volgende personeelsvergadering ruimte te maken om het grondiger over het thema te hebben. “Maar alleen als jullie ook bereid zijn om eraan te werken, dit gaat ook wel wat inzet van jullie vragen.”, waarschuwt ze alvast.

Verzamel gegevens

Marleen en Maryam verzamelen toetsgegevens, maar ook indrukken van leraren en werkjes van de leerlingen.

Na de pauze gaat Marleen naar het klaslokaal van Maryam, de leraar Nederlands die samen met haar het taalbeleid op school coördineert. Ook zij ziet hier een kans om het team warm te maken om te werken aan schrijven. Ze plannen op het volgend taalbeleidsoverleg een moment in om de resultaten voor schrijfvaardigheid voor het vak Nederlands te bekijken. Daarnaast zullen ze ook enkele schrijfstukken van leerlingen samen analyseren.

“Laten we het eerst even hebben over schrijftaken en ondersteuning van schrijfcompetentie.”, besluiten de taalcoördinatoren na die oefening.

Collectief leren

De leraren verdiepen zich in de principes voor schrijfvaardigheid.

Tijdens de personeelsvergadering verzamelen Marleen en Maryam de leraren van de derde graad. Aan de hand van een ervaringsoefening en een woordje uitleg over krachtig schrijfonderwijs lichten ze de collega’s in over het thema. Peter geeft aan dat hij het wat moeilijk heeft met het principe van ondersteuning: “Jullie zeggen dat leerlingen tijdens de lesuren moeten schrijven, maar daar heb ik geen tijd voor. Als ik het leerplan voor geschiedenis wil afwerken, kan ik geen uren verliezen. Bovendien vind ik dat de leerlingen zelfstandig moeten leren werken.” “Aan de andere kant”, antwoordt Maryam, “zit net in die ondersteuning een kans om leerlingen op maat te begeleiden bij hun schrijfproces.” Peter en Maryam beslissen om samen een geïntegreerd project geschiedenis en Nederlands uit te werken en om daarover terug te koppelen aan het team op een volgende personeelsvergadering. 

Verdeel taken

Stefaan beslist samen met de taalcoördinatoren niet met het hele schoolteam te werken, maar met een selecte groep. De taak van de taalcoördinatoren wordt duidelijk besproken.

Marleen en Maryam prikken een overleg met de directeur, Stefaan. Ze voelen dat het team klaar is om dit thema aan te pakken. Samen werken ze een plan uit. Ze zullen dit schooljaar en het volgende met de leraren van de derde graad werken, omdat zij de leerlingen moeten klaarstomen voor het hoger onderwijs. Daarna zullen ze het project uitbreiden naar de tweede en eerste graad. Op die manier blijft het collectief leren haalbaar, voor de leraren en voor de taalbeleidscoördinatoren. Directeur Stefaan neemt de kalender erbij en onderzoekt hoe hij de professionalisering van de leraren kan faciliteren door ruimte te maken op personeelsvergaderingen.

Effectieve taalpraktijken

Door leerlingen te prikkelen met cartoons en door leerlingen een cartoon te laten kiezen, wordt de taak uitdagend. Ze vormen  een rijkere context. Leerlingen mogen met een buddy werken om ideeën te genereren en een schrijfplan op te stellen. Ze ondersteunen elkaar en beide leraren ondersteunen met hun eigen expertise. De schrijfwijzer geeft leerlingen de kans om voor, tijdens en na het proces te reflecteren op hun aanpak en product. Bij leerlingen die het nodig hebben, geeft Maryam extra uitleg over spelling, grammatica, lay-outafspraken of lees- en schrijf-strategieën.

De leraren koesteren hoge verwachtingen van hun leerlingen en ondersteunen hen om hun doelen te bereiken

Tijdens een gemeenschappelijk springuur zitten Maryam en Peter samen om hun project voor te bereiden. De leerlingen zullen opnieuw een verhandeling schrijven, maar dan over de Koude Oorlog. Peter wilde in de les graag werken met cartoons uit die tijd. Na samen wat te brainstormen komen ze tot volgend actieplan.

In een eerste les geschiedenis activeert Peter de voorkennis van de leerlingen over de Koude Oorlog aan de hand van enkele cartoons. Hij zorgt ervoor dat hij belangrijke vaktaal expliciet aan bod laat komen. De leerlingen stellen vervolgens per twee een hypothese op over de betekenis van de cartoon. Tijdens die project zullen de leerlingen in duo’s

  • informatie over een gekozen cartoon opzoeken
  • een verhandeling over de cartoon schrijven.

Peter projecteert een schrijfwijzer die de leerlingen kennen uit de les Nederlands. Via een klassikale discussie komt Peter samen met de leerlingen tot de volgende inhoudelijke criteria:

  • de verhandelingen situeren de cartoon en de illustrator in tijd, ruimte en politieke ideologie
  • de leerlingen geven hun opinie over de humor
  • de leerlingen formuleren drie argumenten over de diepere betekenis van de cartoon.

De leerlingen werken verder aan het project tijdens de les Nederlands. Ze werken in een document op een online drive, zodat de twee leraren kunnen opvolgen en de werkstukken van feedback voorzien. Maryam focust vooral op de vorm en Peter op de inhoud. Waar nodig ondersteunt Maryam de leerlingen door denkvragen te stellen over hun strategie of over de betrouwbaarheid van gebruikte bronnen. De leerlingen lezen per twee elkaars verhandelingen na met de schrijfwijzer. Peter en Maryam zelf verbeteren pas de tweede versie van de verhandeling. 

Peter is positief verrast door de resultaten: deze stukken zijn een pak sterker dan de eerste versie. Het vergde veel inzet van hem en Maryam, maar de aanpak werpt vruchten af

Materialen en tools

Het team maakt schrijfvaardigheid concreet door samen een instrument uit te werken.

Op de personeelsvergadering van maart stellen Peter en Maryam hun project voor aan het team van de derde graad. Het wordt een werkvergadering: aan de hand van het sjabloon van de schrijfwijzer bedenken de vakleraren in duo met de taalleraren criteria voor schrijftaken in hun vak. Ze spreken af dat elke vakleraar tot het einde van het schooljaar heeft om minstens één les uit te werken waarin de schrijfwijzer gebruikt wordt. De leraren Nederlands zien het zitten om hun collega’s daarbij te ondersteunen, maar wel op voorwaarde dat hun extra werk op een andere manier gecompenseerd wordt. Marleen en Maryam volgen het project op. Tijdens de pauzes polsen ze bij de collega’s hoe de schrijflessen verlopen zijn. Het vraagt een hoop extra moeite en werk van de leraren, maar Marleen benadrukt dat dat normaal is in het begin van een nieuw project. In overleg met Stefaan proberen ze dit te faciliteren door de uitgewerkte materialen op een centrale plaats te verzamelen en tijd in te plannen op hieraan te werken.

Volg op

Na evaluatie van het project worden sterktes geformuleerd die de school duurzaam wil integreren. Daarnaast formuleert het team ook nieuwe noden.

Aan het einde van schooljaar evalueren Marleen en Maryam het project met alle betrokken leraren en de leerlingen. Er heerst een consensus dat de schrijfwerken in het algemeen sterker zijn dan vroeger. Marleen legt er de cijfers naast en die bevestigen dit vermoeden. De leerlingen zijn dankbaar omdat het voor hen duidelijker is wat hun leraren van hen verwachten. Ze blijven echter met de vrees zitten dat ze dit niet zullen kunnen eenmaal ze voor een docent aan het hoger onderwijs een schrijfstuk zullen moeten opstellen. Het team beslist om volgend schooljaar in te zetten op verzelfstandiging van het schrijven. Peter ziet het zitten om het project verder te organiseren en op te volgen, zodat Maryam de leraren van de tweede graad kan ondersteunen bij het uitbreiden van het project.

Begeleiding op maat?

Wil jij met je team samenwerken aan taal en inzetten op een strategisch taalbeleid? Zoek je hierbij nog ondersteuning? Neem contact met ons op en we bekijken graag samen met jou hoe deze ondersteuning eruit kan zien.