Ga verder naar de inhoud

Duik in het verhaal van deze kleuterschool

Inge is al jaren directeur van De Vlindertuin, een autonome kleuterschool in een kansarme buurt in een grote stad, met een grote populatie anderstalige of meertalige kleuters. Dat doet ze met een team van 19 leraren, onder wie een grote groep jonge leraren. Vandaag krijgt de school de kans om in een schooloverstijgend project van de stad te stappen om aan de spreekcompetenties van de kleuters te werken.

Partnerschappen

Inge gaat een partnerschap aan met een externe taalexpert, die inhoudelijk maar ook procesmatig begeleidt.

Voor het team van De Vlindertuin is taalbeleid niet nieuw: doordat een groot deel van de kleuters pas Nederlands leert wanneer ze op school aankomen, zijn ze al jaren bezig met het thema. En met succes! Het team volgde al veel vormingen en kocht boeken en materiaal over het thema aan. De leerkrachten namen die informatie op eigen initiatief door. Wanneer er zich een kans aandient om deel te nemen aan een schooloverstijgend project van de stad over spreekkansen in de kleuterklas, schrijft Inge de school in: Céline, een externe vormingsmedewerker en taalexpert van de universiteit komt de leraren ondersteunen.

Het traject begint met een kennismaking, waarvoor Céline in alle klassen komt observeren en op basis daarvan een feedbackverslag schrijft. Het is voor het schoolteam even slikken: “Waren we dan toch niet goed bezig?” Inge stelt gerust: “Een externe partner ziet altijd meer, wij staan te dicht met de neus op de feiten.”

Communiceer en engageer

Leraren mogen zich vrijwillig opgeven voor het kernteam taal, wat in deze school niet moeilijk is: het is zo’n prangend probleem.

Inge richt een kernteam taal op, waar leraren zich vrijwillig voor mogen opgeven. Tijdens de eerste vergadering met de nieuwe leergemeenschap wordt het observatieverslag van Céline erbij gehaald, waarin krachten en groeipunten vermeld worden. Met haar begeleiding en via een interactieve werkvorm, wordt samen een focus gekozen: ‘Spreekvaardigheid ontwikkelen via denkstimulerende vragen.’ Tijdens een korte briefing deelt Inge dit mee aan de rest van het schoolteam: “Wij geloven erin dat dit een focus is waarmee wij met ons team een impact op de leerlingen kunnen hebben!”

Stel logische, duidelijke en haalbare doelen

Door te werken met mijlpalen, wordt het voor het team duidelijk wat van hen verwacht wordt.

Het kernteam maakt een planning op van twee jaar, met daarin enkele mijlpalen per halfjaar. Ze visualiseren die planning op een tijdslijn, die ze in de leraarskamer hangen. Als eerste mijlpaal bepaalt het kernteam dat elke leraar de inhoud over ‘Spreekvaardigheid ontwikkelen via denkstimulerende vragen’ al eens heeft doorgenomen en minstens 3 keer in de klas heeft uitgeprobeerd. Dat voelt als een duidelijke stap vooruit, maar toch een haalbare kaart. Om de leraren hierin te ondersteunen, geeft Céline een aantal inspirerende voorbeelden over hoe de theorie kan worden omgezet in een krachtige didactiek in de klaspraktijk. Daarnaast koopt de school enkele boeken aan, die de leraren kunnen inkijken.

Effectieve taalpraktijken

De leraren zorgen ervoor dat alle kleuters tot tekstbegrip kunnen komen, door een tekst meerdere keren voor te lezen. Zeker voor anderstalige kleuters geeft dat rust. De vragen en het modelen bieden ondersteuning en zorgen ervoor dat de leraren kunnen differentiëren. Door de activiteiten in de hoeken aan te passen aan het thema van het boek, leren de kleuters functioneel en in een rijke context.

Wat gebeurt er nu precies in de klassen? De leraren zullen boeken herhaald voorlezen en graven aan de hand van hun vragen steeds dieper in het verhaal met de kleuters. Tijdens de eerste leesbeurt bewaakt de leraar het begrip van de tekst in het algemeen en stelt vragen over wie de hoofdpersonages zijn, wat er precies gebeurt, wat de kleuters op de illustraties zien, … In een tweede leesbeurt gaan kleuters met elkaar in interactie met vragen die leiden tot dieper tekstbegrip, zoals ‘Wat is het probleem?’ en ‘Wat is de oplossing?’ Bij een derde leesbeurt graven de kleuters nog wat dieper in de tekst. Ze focussen op de gevoelens en karaktereigenschappen van de personages en denken na over de betekenis van de titel. Als vragen te moeilijk zijn, modelen leraren het antwoord door het luidop denkend te formuleren.

Céline begint aan haar ronde voor ondersteuning in de klassen. Ze merkt onder andere dat in gesprekken aan de jongste kleuters heel weinig open vragen gesteld worden en dat de vragen in het algemeen van een lagere denkorde zijn. Veel vragen polsen naar wat de kleuters zich herinneren (bv. ‘Hoeveel vleugels heeft de libelle?’), maar minder naar analyses en eigen ideeën (bv. ‘Denk je dat de libelle met deze vleugels snel kan vliegen? Waarom denk je dat?’). Net deze vragen kunnen erg krachtig zijn om kleuters hun gedachten op een rijke manier te leren verwoorden. Daarnaast worden stille kleuters soms over het hoofd gezien, zij nemen niet altijd betrokken deel aan de voorleesmomenten.

Na elk klasbezoek voert Céline een feedbackgesprek met de leraren. Daarin geeft ze het advies om ook aan de stillere kleuters uitdagende vragen te stellen en legt uit hoe je samen met deze kleuters toch tot een antwoord kan komen.

Collectief leren

De leraren zetten hun deuren open, leren van elkaar, geven en ontvangen feedback en evalueren samen de doelen en de acties.

Al snel merkt het kernteam op dat ze zelf zullen moeten leren coachen. “Geen probleem”, oppert Céline, “we kunnen ook enkele duogesprekken plannen. Dan observeren we samen en voer ik het coachingsgesprek, terwijl jij me observeert.” Jonas voelt zich helemaal in zijn nopjes in deze rol. Hij vraagt of hij het coachingsgesprek zelf eens mag voeren. Op basis van alle gesprekken, ontwikkelt de leergemeenschap een kijkwijzer, waarmee de leraren elkaar kunnen bezoeken via collegiale visitatie.

Verzamel gegevens en volg op

Het turven van denkstimulerende vragen wordt gebruikt om het taalbeleid vorm te geven.

Na een halfjaar evalueert de leergemeenschap de eerste mijlpaal: op basis van gesprekken en klasobservaties concluderen ze dat de aanpak ondertussen voor de meeste leraren wel duidelijk is. Nog niet iedereen voelt zich even zeker in het stellen van denkstimulerende vragen, maar het team zet succesvolle stappen in het samen leren. Het project van de stad vraagt echter duidelijkere effectmetingen. “Kunnen we de denkstimulerende vragen in de klassen niet turven?”, stelt Jonas voor. Goed idee, de komende weken gaan de coaches aan de slag. Om de veiligheid van de leraren te garanderen, voeren ze eerst enkele informele gesprekken met de leraren. Ze stellen hen gerust: “We doen dit om als school een zicht te hebben op onze groei. Niet om je persoonlijk te viseren. Vind je het oké?” Wanneer ze de resultaten aan het team presenteren op een personeelsvergaderingen, oppert Nadine: “Niet elke activiteit lokt denkstimulerende vragen uit. Ik besef dat ik werk heb om meer interactieve taken in de klas te plannen.” Haar opmerking vormt de basis voor een nieuwe mijlpaal. De bal gaat aan het rollen: door deze manier van werken, kan de school gerichter aan de focus werken. Ze nemen nieuwe input op of luisteren naar de evaluatie van het team, formuleren doelen en acties, plannen een mijlpaal op de planning en bewaken de timing, laten leraren met coaching experimenteren en evalueren samen.

Inge glimlacht opgelucht: de school en haar team zal het taalbeleid vasthouden, daar is ze wel zeker van!

Begeleiding op maat?

Wil jij met je team samenwerken aan taal en inzetten op een strategisch taalbeleid? Zoek je hierbij nog ondersteuning? Neem contact met ons op en we bekijken graag samen met jou hoe deze ondersteuning eruit kan zien.