Ga verder naar de inhoud

Impliciet en expliciet leren

Kinderen en jongeren leren taal niet volledig 'al doende'. Voor de eenvoudige, dagdagelijkse taal volstaat het vaak om kinderen taal impliciet te laten leren, maar als het gaat om het ontwikkelen van taalcompetentie in de ruimere zin, is het nodig dat onderwijs ook expliciet inzoomt op bepaalde aspecten van taal. Binnen taalkrachtig onderwijs gaan impliciet en expliciet taalleren dus hand in hand. 

Zo doen zij het

Juf Nadine heeft enkele woorden geselecteerd die belangrijk zijn om de inhoud van het verhaal te begrijpen. De woorden ‘hard’, ‘zacht’, ‘stug’ en ‘glad’ zijn functioneel voor de verdere schoolloopbaan van de kleuters. Door haar doelgerichte ingreep zal ze de woorden zeker aan bod laten komen in de gesprekken, activiteiten en hoeken en hebben de kleuters zeker de kans om de woorden impliciet te leren.

Impliciet taalleren

Impliciet taalleren houdt in dat nieuwe woorden en nieuwe grammaticale constructies onbewust opgepikt worden. Dat is natuurlijk enkel mogelijk in een rijke taalleeromgeving waarin taalaanbod, oefenkansen en feedback centraal staan. Impliciet taalleren vindt vaak plaats zonder dat we er als leraar veel vat op hebben (incidenteel taalleren), maar ook impliciete taalleermomenten kan je doelbewust inplannen (intentioneel taalleren). Zo kan je tijdens een klasgesprek in het begin van een thema bewust de streefwoordenschat gebruiken en herhalen, of een spellingregel herhaaldelijk en cyclisch aan bod laat komen. Je hebt als leraar weldegelijk een belangrijke taak!

Impliciet taalleren betekent dat...

  • leerlingen in een taalrijke omgeving nieuwe taal en woorden oppikken.
  • leerlingen in een veilige omgeving oefenkansen krijgen om te experimenteren met nieuwe taal en woorden om zo via feedback van de leraar of medeleerlingen hun taalgebruik te verbeteren.
  • leerlingen via betekenisonderhandeling met hun leraar of medeleerlingen komen tot begrip van nieuwe taal en woorden.

Zo doen zij het

Wanneer leerlingen woorden niet begrijpen uit het menu dat ze moeten voorstellen, roepen ze al snel de leraar. De leraar Nederlands is zelf niet altijd op de hoogte, maar hij kan wel aan betekenisonderhandeling doen en woordleerstrategieën uitleggen.

  • LL: “Meneer, wat betekent blancheren?”
  • LK: “Oei, ik moet eerlijk zijn. Ik weet het zelf niet. We kunnen wel eens samen nadenken? Herken je er een woord uit een andere taal in?”
  • LL: “Ja, ‘blanc’, meneer. Dat is wit in het Frans.”
  • LK: “Dus blancheren zou kunnen betekenen ‘wit maken’. Moeten jullie soms iets wit maken in de lessen? Welke andere woorden staan erbij?”
  • LL: “Hier staat ‘geblancheerde kotelet’. Ah ja, als je dat in kokend water doet en daarna in koud water.”
  • LK: “Ik twijfel toch nog wat, laten we het eens opzoeken.”

Expliciet taalleren

Het is echter niet zo dat je elk aspect van een taal al doende kunt leren. Daarom is het vaak ook nodig dat je als leraar je licht laat schijnen op meer vormelijke en theoretische aspecten van taal. Kleuters ontdekken dat een kabouter kleiner is dan een reus, maar al klappend leren ze dat het woord ‘kabouter’ langer is. In de lagere school vragen leerlingen zich af waarom er een ‘pechstrook’ bestaat maar geen ‘geluksstrook’, en leren zo met ondersteuning van de leraar wat samenstellingen zijn. En wanneer jongeren op stage vertrekken, leren ze het verschil tussen een formeel en een informeel taalregister, omdat ze best niet spreken met externen op dezelfde manier als ze dat doen met vrienden.

In de praktijk bied je expliciete taalleerkansen door specifieke taalelementen in de kijker te zetten. Dat wil overigens niet zeggen dat je deze elementen contextloos aan je leerlingen uitlegt in éénrichtingsverkeer: ook tijdens de uitwerking van een contextrijke, functionele opdracht kan je bepaalde delen van taal uitlichten.

Expliciet taalleren betekent dat...

  • leerlingen expliciet vormelijke aspecten van taal aanleren tijdens contextrijke en functionele opdrachten.

Zo doen zij het

Tijdens de leesles met de werkvorm Close Reading werken de leerlingen van Alix aan de leesstrategie ‘begrip controleren’. De leerlingen paniekeren soms als ze een woord niet begrijpen en lezen dan niet verder. Andere lezen eroverheen, maar hebben op het einde van de rit de tekst niet begrepen. Tijdens deze les markeren leerlingen woorden die ze niet begrijpen, en overleggen ze samen: heb ik de betekenis van dit woord nodig om de tekst te begrijpen? Alix heeft op voorhand gemodelleerd hoe ze tot begrip kunnen komen, zonder de leraar erbij te roepen. Dat oefenen ze nu samen in.

Wat met taalleerstrategieën?

Niet alleen vormelijke taalaspecten belicht je als leraar expliciet. Ook de taalleerstrategieën om een taaltaak tot een goed einde te brengen verdienen aandacht. Strategieën zijn nooit een doel op zich, maar een middel om tot tekstbegrip te komen of een (spreek- of schrijf)taak te plannen, uit te voeren en te monitoren. Als leraar is het belangrijk om bewust momenten van strategie-instructie in te bouwen tijdens je onderwijspraktijk. Zo leren kinderen welke strategieën er bestaan, wanneer en hoe je ze kan inzetten en oefenen ze samen om de strategieën onder de knie te krijgen. Vormen van strategie-instructie zijn:

  • Vragen stellen. Al van in de kleuterklas stellen leraren gerichte vragen om kleuters aan het denken te zetten tijdens het lezen. Zo leren leerlingen gaandeweg zichzelf vragen te stellen bij het uitvoeren van een opdracht.
  • Modelen. Terwijl je taalleerstrategieën met leerlingen bespreekt, word je als leraar rolmodel: je verwoordt hardop wat er in je hoofd gebeurt tijdens het uitvoeren van de taak.
  • Gerichte ondersteuning. Je belicht een strategie tijdens een taaltaak wanneer je inschat dat een leerling die kan gebruiken om tot leesbegrip of rijke taal te komen.

Goed om weten...

Voor het aanleren van taalstrategieën, wordt vaak het GRRIM-model gebruikt (Gradually Release of Responsibility Instruction Model van Pearson en Gallagher, 1983). Dit model toont hoe je er als leraar gaandeweg naartoe werkt dat leerlingen zelfstandig de juiste strategie kunnen toepassen op het juiste moment. Om dat te doen, doorloop je verschillende fasen: van 'ik leg het uit en doe het voor' naar ‘jij kan het alleen'.

Expliciet aanleren van taalleerstrategieën betekent dus dat...

  • leerlingen steeds zelfstandiger leren om strategieën in te zetten als middel om hun talig doel te bereiken.

Taalkrachtig onderwijs heeft aandacht voor impliciet en expliciet leren

Kijkwijzer impliciet en expliciet

  • Besteed je tijdens contextrijke, functionele activiteiten expliciet aandacht aan strategieën en vormelijke aspecten van taal?
  • Maak je ruimte voor betekenisonderhandeling met de leerlingen, en tussen de leerlingen onderling?
  • Model je? Doe je hardop denkend voor hoe leerlingen strategieën kunnen toepassen bij het uitvoeren van een (talige) opdracht?
  • Krijgen leerlingen meerdere kansen om nieuwe taal op te pikken? Werk je, met andere woorden, voldoende cyclisch in de loop van het schooljaar?

Aan de slag

Hieronder tippen we enkele materialen waarmee je met je team aan de slag kan gaan.

Samen leren over het taalverwervingsproces

Een taal leren is een grillig proces dat bij de ene taalleerder sneller verloopt dan bij de andere. Kennis van het (meertalige)…