Ga verder naar de inhoud

Verzamel gegevens en volg op

Een taalbeleid voeren zonder positieve effecten heeft weinig nut. Het is bovendien verloren energie van een heel team. Daarom is het belangrijk om te weten of je taalbeleid opbrengt en wat het opbrengt. Met andere woorden, je wil weten of je taalbeleid een positief effect heeft op je leerlingen en je onderwijs.

Welke gegevens verzamel je, wat volg je op?

Een eerste stap is het verzamelen van correcte en relevante gegevens om te weten te komen:

  • hoe het gesteld is met de taalcompetentie van een individuele leerling of een leerlingengroep (leerlingniveau),
  • wat de kwaliteit is van jullie taalpraktijken en je taalbeleid (klas- en schoolniveau).

De instrumenten die je die informatie kunnen bezorgen, zijn talrijk. Het is echter een valkuil je te verliezen in de veelheid van cijfers en grafieken. In het kader van je taalbeleid is het vooral belangrijk dat je die dataverzameling doelgericht inzet. Wij raden je aan enkele duidelijke leervragen te stellen op leerlingniveau en op klas- en schoolniveau.

  • Wat willen we precies in kaart brengen? Willen we te weten komen of een leerling of een klasgroep vandaag de doelen bereikt, of willen we net groei in kaart brengen? Wat is met andere woorden de focus van onze dataverzameling?
  • Wat willen we met de gegevens doen? Willen we acties plannen en ondernemen om leerlingen beter te ondersteunen? Willen we beslissen of een leerling de einddoelen bereikt heeft of willen we ouders of anderen informeren? Wat is het doel van onze dataverzameling?
  • Welke norm hanteren we? Willen we onderzoeken of leerlingen de eindtermen bereikt hebben of gebruiken we andere normen, zoals het Europees Referentiekader (ERK) of AVI-niveaus.

  • Wat willen we precies in kaart brengen? Willen we onderzoeken of acties op de klasvloer uitgevoerd worden (‘afvinken’), of willen we te weten komen wat de indrukken van de leraren bij interventies in de klas zijn?
  • Wat willen we met de gegevens doen? Willen we acties of interventies in de klassen uitvoeren, willen we professionalisering op maat van de leraren inplannen … ?
  • Welke norm hanteren we? Willen we de groei van onze school meten door resultaten van vandaag te vergelijken met die van vroeger, of willen we onze resultaten vergelijken met die van scholen met een gelijkaardig publiek?

Meten is weten. Maar hoe kan je taal meten? En wat weet je dan precies?

Vervolgens kan je een keuze maken tussen verschillende types van evaluatie:

  • Toetsen zijn meetinstrumenten die cijfers opleveren. Leerlingen beantwoorden vragen of voeren opdrachten uit die beoordeeld worden. Hun resultaat wordt vergeleken met een bepaalde norm, zoals een klasgemiddelde, een minimumscore of een vaardigheidsniveau. Het nadeel van toetsen is dat ze steeds een momentopname zijn.
  • Observaties zijn een krachtige aanvulling op toetsgegevens. Leraren nemen leerlinggedrag waar dat minder meetbaar is via toetsen. Zo kan de kleuterleraar observeren in welke mate een kleuter betrokken meespeelt bij bepaalde activiteiten of kan de leraar lager of secundair onderwijs observeren hoe zelfstandig een leerling leesstrategieën inzet. Zulke observaties kan je op basis van buikgevoel doen, maar kijk- en observatiewijzers helpen je zo objectief mogelijk te kijken naar je leerlingen.
  • (Zelf)reflectie bezorgt je meer kwalitatieve gegevens. De leraar reflecteert op het waarom van een resultaat, of laat leerlingen zelf reflecteren. Via leerling- of focusgesprekken kan je bijvoorbeeld de leesmotivatie van leerlingen in kaart brengen.

Ook op het bredere klas- en schoolniveau kan je verschillende types van evaluatie inzetten.

  • Focusgesprekken
  • Kijkwijzers taalpraktijken
  • Klasbezoeken
  • Enquêtes

Omdat taalontwikkeling zo een grillig proces is, vormt een school best een breed beeld van de taalcompetenties van haar leerlingen. Harde gegevens als toetsresultaten vul je aan met zachtere gegevens, zoals observaties en gesprekken.

Zo doen zij het

In de Centrumschool voert het kernteam taalbeleid gesprekken met leraren om een focus in kaart te brengen. Wanneer de keuze valt op schrijven, nemen de leden van het kernteam samen schrijfstukken van de leerlingen door en maken een analyse. "Het valt op dat leerlingen zo weinig diepgaande argumenten en gedachten kunnen formuleren, het blijft allemaal oppervlakkig en de woordenschat is niet rijk genoeg."

Waarom verzamel je gegevens en volg je op?

“Gegevens zorgen voor motivatie.”

Een school die haar lerarenteam mee wil hebben in het veranderingsproces, kan haar keuzes motiveren met gegevens en zo ook het buikgevoel van leraren staven.

  • Gegevens kunnen de nood om aan taal te werken motiveren. Zo kan een overzicht van de AVI-niveaus een team in beweging brengen om aan technisch lezen te werken.
  • Gegevens uit een proeftuin of labo kunnen dienen als een motivatie voor een bepaalde didactiek. Zo kunnen getuigenissen van leraren over werken aan de schrijfbereidheid van leerlingen uit een labo collega’s motiveren om ook zo te werken.
  • Gegevens kunnen een kernteam richting geven, als een actie goed of slecht beoordeeld wordt.
  • Gegevens kunnen ouders of externe partners informeren over keuzes die de school maakt.

En zeg nu zelf, welke leraar zou niet gemotiveerd en geënthousiasmeerd worden als de groei van leerlingen zo duidelijk zichtbaar wordt? Leraren krijgen weer het gevoel dat zij iets bereikt hebben en dat wat zij doen, er toe doet.

Zo doen zij het

In De Mozaïek wezen leerlingresultaten uit dat het leesvaardigheidsniveau van de leerlingen in dalende lijn zit. Ook de leraren voelen dat aan in hun dagelijkse klaspraktijk. Het lijkt Norah na klasbezoeken en gesprekken met leraren zinvol de strategie-instructie eens met het team onder de loep te nemen.

“Gegevens bevorderen de dialoog.”

Het proces stopt niet wanneer gegevens verzameld zijn. Nog belangrijker is de gegevens op een doelgerichte manier inzetten om je taalpraktijk te verbeteren. Een belangrijke valkuil is dat schoolteams:

  • toetsen, maar (te) weinig doen met de resultaten.
  • te snel springen van resultaten naar actie.

Een essentiële stap in elk taalbeleid, is de dialoog over de resultaten. Onderstaande vragen kunnen deze dialoog voeden:

  • Hoe kan je gegevens van je klas of leerlingen verzamelen, waar staan de resultaten?
  • Wat zeggen deze gegevens over onze leerlingen, over ons onderwijs?
  • Wat zijn mogelijke oorzaken voor deze gegevens? Wat maakt dat deze leerling dit resultaat behaalt? Wat maakt dat deze klas deze groei doormaakt?
  • 'Kunnen we de resultaten in verband brengen met onze lespraktijken?'

Die gegevens zeggen met andere woorden meer over het ‘waarom’ van de leerlingresultaten. De dialoog is een essentieel onderdeel van taalbeleid, het is een krachtige manier om collectief te leren. Het kan er namelijk voor zorgen dat leraren niet meer op hun eilandje zitten, maar samen nadenken. Wanneer taalpraktijken gedeeld worden, kunnen leraren met elkaar uitwisselen of bij elkaar ten rade gaan.

“Gegevens brengen het taalbeleid en de taalpraktijk in beweging.”

Nadat een schoolteam gegevens verzameld en geïnterpreteerd heeft en erover in dialoog is gegaan, steken ze de handen uit de mouwen om verandering door te voeren. Op een doelgerichte manier onderzoeken ze volgende vragen:

  • Wat zou onze lesaanpak nog effectiever maken? Wat kunnen we als team doen om deze leerling of deze klas nog beter te ondersteunen?
  • Welke interventies of acties plannen we in?

Zo doen zij het

In de Vlindertuin zijn de leraren al even bezig met hun taalbeleid wanneer de resultaten van de eerste taalscreening voor kleuters (KOALA) binnenstromen. Daaruit blijkt dat verhalen begrijpen nog moeilijk loopt. “Moeten we dan stoppen waar we mee bezig zijn en daaraan beginnen werken?”, vraagt Lena bezorgd. Mehdi stelt haar gerust: “Ik denk het niet. Laten we eens in de klassen observeren hoe verhalen voorgelezen worden. Van daaruit kunnen we nieuwe acties plannen, op korte of iets langere termijn."

Hoe verzamel je gegevens en volg je op?

Je kan het proces van gegevens verzamelen en opvolgen zien als een cyclus die steeds opnieuw begint.

Stap 1. Breng de beginsituatie in kaart.

Raadpleeg, verken en interpreteer gegevens. Datageletterdheid begint bij het samen analyseren van gegevens en de feedback die ze geven. Beantwoord samen vragen als: “Wat betekenen deze cijfers, wat zeggen deze grafieken, wat werd er gemeten met de toets, hoe moet ik dit begrijpen, kunnen we deze gegevens vergelijken met andere scholen, of een vorige meting …?” Je kan dit met een kernteam doen en vervolgens aan het hele schoolteam voorleggen.

Stap 2. Stel een diagnose en onderzoek die.

Betrek je team zo veel mogelijk in de zoektocht naar verschillende mogelijke oorzaken van de resultaten. Beantwoord samen vragen als: “Hoe komt het dat we dit resultaat halen? Hoe weten we dat zeker? Welke andere gegevens of informatie kunnen we gebruiken om dat te staven? Heeft er iemand een andere diagnose?”In deze stap is het belangrijk dat teamleden op een constructieve manier van mening kunnen verschillen. Je wil alle stemmen horen en nog niet te snel van de eerste hypothese uitgaan. Vertrek ook van evidence-informed kaders, zoals de effectieve taalprakijken.

Stap 3. Plan en implementeer acties.

Engageer hierbij het hele schoolteam en zoek de oplossing zo veel mogelijk in de brede basiszorg, namelijk het dagelijks handelen van de leraren.

Stap 4. Evalueer acties en borg wat werkt.

Eens je acties uitvoert op de klasvloer, is het belangrijk deze te evalueren. Je kan je hierbij enkele vragen stellen: Worden de acties uitgevoerd? Hoe vaak worden de acties uitgevoerd? Zijn de acties effectief? Welk effect ervaren de leraren? Zien we effect bij de leerlingen?

Acties die een positieve evaluatie krijgen en bijdragen aan taalkrachtig onderwijs op school, kan je als team gaan borgen. Dit wil zeggen dat de acties inherent deel gaan uitmaken van taalkrachtig onderwijs in elke klas op jouw school. Deze acties kan je bijvoorbeeld in kwaliteitskaarten gieten, die een vast onderdeel kunnen uitmaken van je kennis- en personeelsbeleid.

Stap 5. Begin opnieuw.

Gegevens verzamelen gebeurt dus voor, tijdens en na het veranderproces dat een taalbeleid is. Zulk proces doorlopen en je schoolteam erbij begeleiden is niet eenvoudig. Soms helpt het met een externe procesbegeleider aan het werk te gaan.

Enkele aandachtspunten

  • Kies je gegevens bewust en doelgericht. Niet elk cijfer is relevant voor je focus.
  • Betrek en engageer het team door gegevens met hen te delen én door samen het proces van interpretatie en diagnose te doorlopen.
  • Spring niet té snel van gegevens naar actie, want anders kan het zijn dat je ontzettend veel energie steekt is een actie die weinig zal opleveren.
  • Evalueer acties, pas aan, voeg toe, laat los. Vier je successen!

Aan de slag

Hieronder tippen we enkele materialen die kunnen helpen om met je team aan de slag te gaan rond het verzamelen en opvolgen van gegeven. 

Kijkwijzers effectieve taalpraktijken

Als je je visie op taalonderwijs hebt uitgewerkt, en je doelen gespecifieerd, is het zaak om als team je onderwijs zo in te richten dat…

Taalcompetentie toetsen in het basisonderwijs

Er zijn tal van instrumenten om de taalcompetentie van leerlingen te toetsen in het basisonderwijs. Hieronder vind je een overzichtje om…