Ga verder naar de inhoud

Functioneel

Ons (taal)onderwijs wordt functioneel wanneer taal dient om allerlei doelen te bereiken, die niet altijd talig hoeven te zijn. Dat is ook zo in het dagelijks leven: kleuters spreken om te verduidelijken wat ze precies willen, kinderen lezen boekjes om weg te dromen en jongeren schrijven om een gesprek te kunnen voeren met een vriend in een ander land. Taal gebruiken is in die contexten betekenisvol.

Zo doen zij het

De leerlingen van Alix zitten in het zesde jaar van de basisschool en durven al eens te klagen over wat ze allemaal wel of niet mogen in de klas. Wanneer Alix in het bronnenboek over Close Reading leest, valt haar oog op een les rond rechten en plichten. Ideaal! Ze selecteert deze les en vertelt de leerlingen dat de les hen zal voorbereiden op een klasgesprek dat ze later deze week zullen voeren, eentje ter voorbereiding van de leerlingenraad.

Niet-talige doelen

De leraar kan ook in de klas taal betekenisvol laten zijn, door van taal een middel te maken om een doel te bereiken. Aan welke niet-talige doelen werken we dan? Je kan je daarvoor laten inspireren door de leerinhouden van andere vakken. In de lagere school lezen leerlingen stappenplannen tijdens de lessen muzische vorming en oefenen ze hun spreekvaardigheid tijdens het groepswerk van wereldoriëntatie. Geïntegreerd werken aan taal wordt in het secundair onderwijs des te belangrijker: wanneer leerlingen een schema leren maken, kunnen ze dat met teksten uit het vak geschiedenis doen en wanneer leerlingen voor L.O. een stappenplan voor E.H.B.O. volgen, zetten ze de leescompetenties in die ze bij de taalleraar leerden.

Bij het functioneel nastreven van niet-talige doelen:

  • hanteren leerlingen taal als middel om een concreet eindresultaat te bereiken dat mogelijk niet-talig is.

Zo doen zij het

Wanneer de leraren van Het Klavertje het prentenboek herhaald voorlezen, maken ze het luisterdoel voor de kleuters duidelijk. Op die manier luisteren de kinderen gericht. De eerste keer leven de kleuters zich in. ‘Hoe zou jij je voelen als jij Mol was?’. De volgende keer lezen ze het om samen een oplossing voor het probleem te bedenken.

Uitdaging en motivatie

Functioneel werken kan de motivatie van leerlingen aanwakkeren. Ze werken aan een doel dat voor hen relevant of interessant is. Kleuters doen niets liever dan hun ouders of leraren naspelen en ‘schrijven’ met plezier een boodschappenlijstje, waardoor ze de functie van geschreven taal leren kennen. Leerlingen die iets mogen schrijven op de klasblog, weten dat er maar best niet te veel fouten instaan. Leerlingen die een onderzoek voor hun GIP-onderwerp lezen, om het toe te passen op hun werkstuk, lezen om bij te leren en om een beter werkstuk te kunnen afleveren.


Functioneel werken zorgt voor uitdaging en motivatie doordat:

  • leerlingen werken aan een voor hen relevant en interessant doel.

Taalkrachtig onderwijs is functioneel

Kijkwijzer functioneel

  • Leiden je lessen tot een concreet eindresultaat dat mogelijk niet-talig is?
  • Werken de leerlingen aan een voor hen relevant en interessant doel?